843 – Olieboer Dirk Bak

Weet u als ik zo eens omkijk hebben we in deze rubriek al een heleboel onderwerpen en foto’s bekeken en besproken met elkaar! En iedere keer duiken er weer onderwerpen op die de moeite van het bespreken waard zijn. En zo heb ik voor vandaag ook weer iets aparts, sterker nog we gaan het hebben over een beroep wat door Louis Davids nog werd bezongen namelijk de olieman. De olieman, olieboer of olieventer zoals ze genoemd werden hadden net als de melkboer een bepaalde wijk waar ze hun waar verkochten. En de klandizie voor de oliehandel was ten tijden dat men nog op een petroleumstel (oliestel) kookte bijzonder groot en naarmate men meer op gas ging koken raakte het beroep van olieboer uit de gratie. Tegenwoordig komt er bijna geen enkele zich boer noemende handelaar meer langs de deuren om zijn handel te slijten. En als je nog in het bezit bent van een petroleumstel voor de sudderlapjes of om een vissie te bakken, en je hebt olie nodig, kun altijd nog terecht bij Piet Bakker op de Industrieweg of je gebruikt lampolie! Maar ik denk dat veel van mijn leeftijdsgenoten zich nog wel de tijd kunnen herinneren dat er een olieboer langs de deur kwam. Bij ons op de Ruyghweg was dat Dirk Bak en bij mijn oma in de Krugerstraat kwam Cees Paans langs. Ter illustratie heb ik voor vandaag een foto uitgezocht waarop olieboer Dirk Bak met oliekar staat afgebeeld op het Koningsplein en waarbij ook nog reclame wordt gemaakt voor Persil.

Foto: Olieboer Dirk Bak.

10 Comments on “843 – Olieboer Dirk Bak

  1. Zo´n oliestelletje in de keuken is niet iets om naar terug te verlangen.
    Dat het daardoor in de keuken altijd naar petroleum rook, dat was nog niet het ergste. Er kon iets verkeerd gaan met het verbrandingsproces en dan werden er wolken van vette roet door de keuken en soms door de rest van het huis verspreid.

  2. Het walmende oliestelletje was vooral een probleem van de kleine middenstand: herinnering uit mijn kinderjaren.
    De man was vaak “op karwei” of aan het venten, en de vrouw had de dubbelrol van huisvrouw en winkeljuffrouw.
    Kon niet op het oliestelletje letten als ze klanten moest helpen.

    • Och, de geur van het verrukkelijke krentenbrood dat mijn moeder bakte op de driepitter in een soort zinken vierkante doos met een losse broodvorm erin, herinner ik me weer, door deze afbeelding.
      Ook de geur van wasgoed in de groene zeep op de vierpitter. Ze tilde hem dan op en goot de kokende was over in de wasteil. Sterk was ze!
      De iele olieman met pet herinner ik mij nog goed.
      Hoe hij heette ben ik vergeten …..

      • Wat een leuk verhaal mevrouw Prins heeft u geschreven over de driepitter, want het is allemaal zo herkenbaar nog.

  3. Bij ons kwam olieboer Paans uit de Krugerstraat aan de deur. Het lijkt mij vreselijk zo’n beroep want je stinkt altijd naar olie.

  4. Net zo historisch als de petroleumboer waren de vierkante petroleumblikken met een gebogen schenktuutje. Het vullen geschiedde met een trechtertje via het schenkgat. Ook dan kwam die petroleumgeur vrij.

    • Op internet (petroleumblik, afbeeldingen) zie ik dat er voor verzamelaars zulke blikken te koop zijn.
      Onder meer: rood petroleumblik SHELL – 1949, verkocht voor 86 euro.

  5. Wij woonden vroeger in de Hertzogstraat en daar kwam Age Bethlehem aan de deur met zijn paard voor de oliekar .Hij bracht overigens ook kolen en hun winkel was op de hoek van de Hertzogstraat en de Polderweg Ook moest ik wel eens petroleum halen bij 2 oude vrouwtjes in de van Galenstraat naast de winkel van Mahieu