April 1920 door Marinus Vermooten

Toen omstreeks 1918 de naam naailessen, in lokaal ‘Tabitha’ aan de Oostslootstraat, voortaan de industrie- en Huishoudschool voor meisjes ging heten, breidde deze zich steeds meer uit. Hoewel de school, door de heersende woningnood, gevestigd in een ouderwets herenhuis aan de Hoofdgracht, kon zij de haar opgelegde taak goed uitvoeren. De leerkrachten roeiden met de riemen die ze hadden maar bereikten desondanks veel. Onderwijs werd er gegeven in de vakken hand- en machine naaien, breien, verstellen, patroontekenen, koken, voedingsleer, wasbehandeling en gezondheidsleer. In de keuken leerden de meisjes culinaire etenswaren te bereiden, zoals cakes, taarten, vleesschotels, puddingen, borstplaat maar ook het maken van een simpel wittebrood. Het vak tekenen diende in hoofdzaak om de dames te leren praktische ontwerpen te maken. Het gegeven onderwijs besloeg een breed vlak, dat bleek onder meer uit de stilistische proeve van bekwaamheden die in fraaie kleurencombinaties waren uitgevoerd en jaarlijks getoond werden op een expositie.

Al enige tijd werd er gesproken over een fusie van enkele coöperatieve verenigingen, die vastere vorm kregen. De verenigingen ‘Eigen Hulp’, ‘Opwaarts’, en ‘DOSW’ beheerden gezamenlijk vier kruidenierszaken, twee bakkerijen en een kledingmagazijn annex kleermakerij. Door de inkoop te centraliseren zou de exploitatie zuiniger en doelmatiger worden. En bovendien was uitbreiding van bestaande zaken of stichting makkelijker dan voor een kleine afzonderlijke coöperatie. De hiertoe in het leven geroepen commissie bestond uit een gelijk aantal vertegenwoordigers die meededen dat, kort voor de fusiedatum, de zaken één dag gesloten zouden worden om inventaris en onroerend goed te balansen.

Exploitant M.J. Schouten, van hotel-café ‘Bellevue’ aan de Spoorstraat-hoek Julianapark, was er in geslaagd enige bekende Helderse solisten te engageren. Op iedere zondagavond werd een concert gegeven met medewerking van violist Joh. F. Pala, pianist A.D. v.d. Weg en cellist P. Krijnen.

Aan de Spoorstraat werd op 17 april 1920 het gemoderniseerde pand van J. Harjer & Zn. heropent. De ooit somber aandoende winkel had een ware metamorfose ondergaan. De achter het pand liggende ruimte en de huiskamer waren bij de zaak getrokken. Op de bovenste etage kwam een beddenafdeling, de begane grond bleef beschikbaar voor de stoffeerderij, de afdeling tapijten en voor de behangerij. Uit het gemeentedossier bleek, dat de grondlegger van deze meubelinrichting, B. Harjer, in november 1901 verhuisde van de Molengracht naar de Spoorstraat 49. Hier opende hij een zaak in de verkoop van groenten en fruit, maar verkocht hier ook petten. Zoon Jacob Harjer (1864-1922) bouwde na de dood van zijn vader een nog hechtere klantenkring op. Naast het verkopen van spullen, vervoerde hij piano’s, brandkasten, en andere transportgoederen. Tijden de jaren 1919-1932 bezat Harjer eigen verhuiswagens, deze zogenoemde ‘door paarden getrokken tapissières, stonden gestald in een pand aan de Molenstraat. Verder bezat Harjer verschillende bergplaatsen voor het opslaan van inboedels, waar naar de Oost of West vertrekkende marinemensen hun huisraad opsloegen, aan het Ankerpark en in de Californiëstraat. In 1936 voltrok zich onder leiding van kleizoon Jacob Harjer (1893-1969) een tweede verbouwing. De gevel boven de voorpui werd strak opgetrokken en voorzien van lichtgeel fijnbezand metselsteen. Ook nu bleef op de benedenverdieping het verkooppunt voor kleden, dekens en vloerbedekking gehandhaafd. Waarbij achter de verkoopruimte het kantoor zat en boven de afdeling gestoffeerde meubelen. In mei 1943 verhuisde het gezin Harjer naar Nijmegen, waar het permanent bleef wonen. Het winkelpand is nog lang eigendom geweest van (achter) kleinzoon J. Harjer en werd tot 1949 verhuurd aan caféhouder Winter. Op 2 januari 1950 werd in het pand ‘De Stoffenhaven’ geopend van J. B. Berets en H. Reiss, en waar men voor allerlei stoffen terecht kon. Op 15 september 1961 verdween ‘De Stoffenhaven’en kwam er een filiaal van damesstoffenfirma H. van Dam in. In september 1968 kreeg J. Ruis fiat om het pand bouwkundig te veranderen, het werd toen gehuurd van de Heineken Brouwerij. J.W. Kouffeld startte in de pand de nachtclub ‘De Roskam’, later exploiteerde J. Kuipers (Kim Harding) hier bardancing annex videotheek ‘Irma la Douce’.

Foto: Meubelzaak Harjer aan de Spoorstraat.

4 Comments on “April 1920 door Marinus Vermooten

  1. Wederom is dit ook weer een interessant vervolg verhaal over Den Helder, dank Marinus.

    • Bert ik ben hel helemaal met je eens deze maandelijkse vervolg verhalen vertellen iets unieks over onze stad.

  2. Ja, het is inderdaad weer een pracht aflevering ga zo door Marinus.