Maart 1920 door Marinus Vermooten

In maart 1920 besloten de gebroeders Zur Mühlen, die een stoombootdienst tussen Den Helder en Amsterdam exploiteerden, tot opheffing van hun onderneming. Hierbij hoorden tevens de beide passagiers- en vrachtboten en de hierbij behorende loodsen en steigers. Met deze opheffing verdween een vervoersmogelijkheid die vele duizenden reizigers wel eens gebruikt hadden. Op een door de Helderse grossiers Grunwald en Dekker uitgeschreven vergadering, met het doel de stoombootverbinding voor Den Helder te behouden, kwamen velen af. Waarbij dient te worden opgemerkt dat de winkeliersvereniging haar leden verzocht had deze vergadering bij te wonen. Aanvankelijk hadden de gebroeders Zur Mühlen maar weinig op met het in stand houden van de stoombootonderneming, vandaar dat zij als voorwaarde stelden, dat men binnen 24 uur moesten beslissen of er zou worden overgenomen. De bedrijfsresultaten gaven aan dat de bruto ontvangst van 1919 f 87.000,00 bedroeg, terwijl in dezelfde periode in 1920 dit f 5,000.00 meer bedroeg.  Door een verslechterde spoorwegverbinding en hogere tarieven bevond zich het goederenvervoer in stijgende lijn. En ofschoon het aankoopbedrag geheim moest blijven, deelde wethouder Grunwald mee, dat het bedrag minder dan twee ton bedroeg. Voor dit bedrag bleken de gebroeders Zur Mühlen bereid te zijn hun onderneming te verkopen. Het intensieve overleg resulteerde wel in een nieuwe vennootschap, nl. De Eerste Stoomboot Onderneming Nieuwediep Amsterdam (E.S.O.N.A.). Een retourtje 1ste klasse kajuit kostte f 2.80, in de tweede klasse betaalde men voor een retour Amsterdam f 7.70. De reistijd bedroeg zes uur, waarbij de passagiers geriefelijk zaten en hun tijd konden verdoen met het lezen van een krantje.

Gemeenteraadslid Jan Spruit overleed op 26 maart 1920. In navolging van zijn vader, die een aannemersbedrijf aan de Westgracht-hoek Tweede Molendwarsstraat had, kwam ook Jan in de bouw terecht. Na zijn verlofonderwijs startte Jan als timmerman  en nam omstreeks 1895 de zaak van zijn vader over.  Door zijn bedrijf zijn onder meer de RIJKS HBS aan de Kanaalweg, de watertoren aan de Polderweg en vele gasfabrieken in Noord Holland gebouwd. Kortom dit bedrijf kende vele activiteiten wat toch niet weg nam, dat jan Spruit nog voldoende tijd vond, om zich als politiek geïnteresseerde aan te sluiten bij de Christelijke Historische Unie. En bij de verkiezingen van 1915 kwam hij in de gemeenteraad. Spruit bekleedde een bestuursfunctie bij Toonkunst en dirigeerde het evangelisatiekoor ‘Zingt den Heere’ van de ‘Vereniging tot Verbreiding der Waarheid’, die vanaf 1915 het kerkje aan de Palmstraat als onderkomen had.

Foto: Gemeenteraadslid Jan Spruit

 

Foto: Personeel aannemer Spruit werkzaam aan de bouw van de watertoren

 

In de verbetering aan winkelpuien wierp resultaten af. Zo kregen sigarenwinkels een fraaier aanzien, en in het vroegere perceel van de firma Feijen aan de Zuidstraat 70 opende op vrijdag 5 maart 1920 de uit Delft komende H. van Andel een filiaal. Onder leiding van architect Ed Cuypers werd het pand verbouwd in een oud Hollandse staat. Het aanzien van de winkel werd verfraaid en een inscriptie in de gevel nodigde bezoekers uit hier gratis hun pijpje te stoppen, welke uitnodiging binnen nog eens werd herhaald. In de winkel stond een tabakspot die uitnodigde voor het stoppen van een pijp, voor men de winkel verliet. Aan de voorzijde waren de laden van glas voorzien, hierdoor waren de rookwaren zichtbaar en werd de keuze makkelijker gemaakt. Lange pijpen op rekken symboliseerden wat de firma allemaal verkocht. Naast tabakswaren werden ook andere rookartikelen verkocht, zoals sigaretten en sigaren. Cuypers had in zijn ontwerp rekening gehouden met de eigenaardige bouwstijl van de aangrenzende panden. Zo kwam de kap van het lage huisje van de weduwe De Ridder, onder hetzelfde dak van de winkel.

Op maandag 14 maart 1920 woei er vanaf een gebouwencomplex aan de Spoorgracht, de Nederlandse driekleur. Omdat Ir. S. Rijkes 25 jaar werkzaam was ‘in het gas’, was het complex onder meer met bloemen versierd omdat collega’s dit niet onopgemerkt voorbij wilden laten gaan. De jubilaris werd op 15 april 1876 in Barsingerhorn geboren. Na zijn basisopleiding studeerde hij aan het Matthesis Scientiarium Genetrix in Leiden. Deze school stond onder leiding van Prof. H. Kamerlingh Onnes en waarvan Rijkes later assistent werd. Zijn interesse in techniek bracht hem in het opkomende gasvak. Na Leiden deed hij een opleiding als assistent volontair bij de gasfabriek in Hilversum, waar hij opklom tot adjunct-directeur. Hierna werd Rijkes benoemd tot directeur van de gasfabriek in Edam, in 1904 benoemd tot directeur bij het Gemeentelijk Gasbedrijf in Den Helder, waar hij totaal 17 jaar bleef. Al snel na zijn benoeming volgde zijn aanstelling tot hoofd van het Waterleidingbedrijf in Huisduinen en toen de elektrificatie haar intrede deed, werd Rijkes hier ook hoofd van. Als directeur behoorde het tot zijn taak het product gas op peil te houden, maar hij droeg ook zorg voor het leidingnet van de gasdistributie. Hierbij vroegen verstoppingen  en lekkages de nodige aandacht. Bij het personeel was Rijkes zeer geliefd en men kon altijd voor alles bij hem terecht. Wanneer er een storing was van de gasmotor en de dynamo’s in de bioscopen Tavenue aan de Spoorgracht. De Witte aan de Koningstraat of Tivoli aan de Molenstraat kon men altijd op de helpende hand van Rijkes rekenen. In 1922 verhuisde Rijkes met zijn gezin naar Heemstede, waar hij zich verdienstelijk maakte voor de Liberale Staatspartij. Hij werd raadslid en stond algemeen bekend als een actief en vooruitstrevend lid.

2 Comments on “Maart 1920 door Marinus Vermooten

  1. Dit zijn toch geweldig mooie verhalen, Marinus bedankt hiervoor!