November 1919!

Bescheiden tussen het plaatselijke nieuws en de opdringende advertenties stond verscholen vermeld, dat met ingang van 14 oktober 1919 de Staat van Beleg voor Den Helder opgeheven was. De weinigen die het hadden gelezen dachten hier niet verder over na. De Nederlandse regering had op 31 juli 1814 besloten tot een algemene mobilisatie van de land- en zeestrijdkrachten. Nu was Nederland het eerste land dat hiertoe overging en dat was niet geheel zonder reden want op 4 augustus 1914 viel het Duitse leger België binnen. En hoewel de neutraliteit van Nederland gerespecteerd werd, kwam de oorlog toch gevaarlijk dichtbij.   In strategisch gelegen plaatsen aan de grens kondigde de regering dus de Staat van Beleg af en waarbij de lokale militaire commandant verstrekkende jurisdictie kreeg. Als belangrijkste marinehaven werd Den Helder per 8 september 1914 ook onder de Staat van Beleg geplaatst. De stad was ondertussen volgestroomd met militairen, voornamelijk landmacht personeel, omdat zij nodig waren in de forten rondom de stad. Vanaf het moment dat de oorlog was uitgebroken was er de Staat van Beleg. het burgerlijk gezag zag af van haar bevoegdheden opdat het militaire gezag mocht dit nodig zijn, onmiddellijk maatregelen nemen kon. De bevolking van Den Helder kende maar weinig ongerief door de Staat van Beleg ondanks dat het burgerlijk gezag in handen gelegd was van militaire autoriteiten. Toen de mobilisatie voltooid was, de forten en verdedigingswerken in de hoogste paraatheid gebracht waren en Nederland uiteindelijk niet in oorlog was geraakt, beperkte men zich tot de aanpak van smokkelarij. In Den Helder kwamen ook de loods- en douanediensten in handen van het militaire gezag en voor vergaderingen of bijeenkomsten werd militaire censuur toegepast. Toen de Staat van Beleg werd opgeheven vervielen min of meer de ingestelde maatregelen en kwam het gezag weer in handen van de burgerlijke autoriteiten, in casu van burgemeester en wethouders.

Foto: Oprichting Rijksdienst voor de Luchtvaart in Den Helder 1919.

 

Veelal werd dierenmishandeling gepleegd of door onnadenkendheid of door onwetendheid en om hieraan een eind te maken, vatte men het plan op om in Den Helder een afdeling van de Nederlandse Vereniging tot bescherming van Dieren op te richten. Deze in de volksmond genoemde Dierenbescherming is de oudste vereniging die zich bezighoudt met dierenleed bij het individuele dier Eén van de belangrijkste speerpunten van de vereniging was het welzijn van de werkdieren. Aan het einde van de 19e eeuw gebruikte men dieren voor het transporteren van zware lasten. Waarbij naast paarden ook veelvuldig trekhonden werden ingezet die begrijpelijk hierdoor een behoorlijk zwaar leven hebben moeten gehad. Maar met de invoering van de Trekhondenwet, bewerkstelligt door de dierenbescherming in 1910, werd het leven van de trekhond wat aangenamer. De eigenaar van een trekhond kon het dier nu niet meer verwaarlozen omdat hij de hond nu registreren moest in het hondenkar register. Het dier zelf moest minimaal 1 jaar oud zijn, een schofthoogte van tenminste 50 cm hebben wilde hij voor een kar worden ingespannen, zo werd in 1914 de schofthoogte verhoogd naar 60 cm. Ook voor het houden van andere dieren werden regels en wetten in het leven geroepen, zo is sinds 1886 dierenmishandeling een misdrijf. En dat er regels en wetten kwamen voor dieren betekende niet, dat het gebruik van een hond als trekdier nu tot het verleden ging behoren. Immers de overheid zelf maakte ook gebruik van honden. Zo werden tijdens de Eerste Wereldoorlog honden gebruikt om mitrailleurs, munitie en ander gereedschap te vervoeren.

Foto: Een hondenmitrailleur peloton.

 

Ook maakten postbodes van het Staatsbedrijf der Posterijen tot 1922 gebruik van de hondenkar bij bezorging van kleine pakjes en brieven. De plaatselijke initiatiefnemers C. van der Laar uit de Hoogstraat 120 en J.M. Wijker van de Hoofdgracht 53 nodigden dierenvrienden uit mee te werken aan de uitbanning van dit fenomeen. Zij vroegen aan elke dierenvriend als teken van instemming een naamkaart te sturen aan één der bestuursleden van de dierenbescherming.  Dat bestuur bestond uit de dames G.C. v.d. Hulst-Heeroma en de heren J.H. Wijker, D. Wiepjes en J.C. Dekker. Lidmaatschap bedroeg voor een volwassene  f 1.50 per jaar en aspirant-leden (personen onder de 18 jaar) betaalden f 0.50 per jaar.

De gemeente had ongeveer 100 mensen in losse dienst die werkzaam waren in de Donkere Duinen, op het kerkhof en op de oude vuilnisbelt.  Ze kregen geen duurte- of kindertoeslag of bij ziekte een uitkering en daardoor belandde minigeen van hen onder de armoedegrens. Het personeel dat werkzaam in de Donkere Duinen was maakte dagen van ‘s morgens 07.00 uur tot ‘middags 16.30 uur met slechts één uur schaft. Op zaterdagmiddag werd er tot 12.30 uur gewerkt en men verdiende dan een loon van f 24.00 per week. Onder de werklieden zaten vaders van 6 – 8 kinderen, zij konden van die f 24.00 dus niet rondkomen en hier steeg de armoede dan ook ten top.

Foto: De aanleg van de Donkere Duinen.

 

Marinus Vermooten

 

2 reacties op “November 1919!
  1. Hijneken schreef:

    Heerlijk om te lezen, dank Marinus!

  2. Jaap Snor schreef:

    Ik sluit mij graag aan bij de woorden van meneer Hijneken.
    Want ook ik kijk iedere maand weer uit naar deze rubriek