FEBRUARI 1919.

Marine zwembad.

In februari 1919 kwam op de Rijkswerf het zwembad voor marine- en rijkswerfpersoneel in gebruik. Voor een zeeman was zwemmen en duiken van onschatbare waarde, immers beheerste hij die technieken dan kon hij andermans leven van de verdrinkingsdood redden. Te lang was de marine verstoken geweest van een zwembad, maar nu had men een bassin opgetrokken van gewapend beton dat 22 meter lang en 11 meter breed was. Het bad werd gevuld met leidingwater, dat voortdurend circuleerde en door een centrale verwarming op temperatuur werd gebracht. Een machinaal ventilatiesysteem blies warme lucht in het zwembad waarin ook verwarmde vloeren waren. Naast 45 kleedkamers had men op de galerij de gelegenheid voor het inrichten van nog eens 50 kamertjes. Er was voor het publiek een frontbalkon. Bezoekers dienden voor zij gingen zwemmen of baden eerst te douchen. Het zwembad had eveneens een elektrische was-, droog- en mangelinrichting terwijl er eveneens een ruimte was het wasgoed op te vouwen. Omdat het gebouw rechtstreeks verbonden was met de gymnastiek- en schermschool van de marine bestond de mogelijkheid na afloop van de sporttrainingen een lekkere duik te nemen.

Marine zwembad

Brikettenfabriek.

Gelegen aan het Noord Hollands Kanaal, grenzend aan de terreinen van de gemeentereiniging, kwam naast een stenen gebouwtje een uit hout opgetrokken onderkomen tot stand. Beide bouwsels maakten onderdeel uit van de veel besproken gemeentelijke brikettenfabriek, die ontstond tijdens de schaarste van kolen. Allerlei omstandigheden hadden de bouw vertraagd, maar in februari 1919 kon men beginnen met de fabricage van ‘oorlogs’ briketten. De hoop was dat deze fabriek ook in de toekomst bestaansrecht zou hebben.

De schaarste van de voorafgaande jaren was er de oorzaak van dat vele huisvrouwen de as zorgvuldig zeefden en uit de sintels en kleine door het rooster gevallen stukjes kool zelf primitieve briketten wisten te fabriceren. Hoewel men wist dat er een besluit genomen was tot oprichting van de brikettenfabriek werden nog steeds restanten kolenstof en gruis zorgvuldig bewaard. In het menglokaal werd het materieel gemengd, fijn gestampt en via een productieproces tot briketten gemaakt. Men werkte met een 3-ploegen stelsel bestaande uit 3 machinisten, 3 voormannen, 9 mengers en 6 knapen die allerhande werkzaamheden verrichten.

 

Gemeenteraad.

Eind februari 1919 zat tijdens de raadsvergadering de publieke tribune vol met gemeenteambtenaren en werklieden. Beide partijen waren blij dat de Eerste Wereldoorlog ten einde was en kregen veel belangstelling van hun werkgever. Loonregelingen en duurtetoeslagen waren niet van de lucht, de 8-urige werkdag en het premievrije pensioen waren er waarbij geld in deze nauwelijks een rol speelde. Voor wethouders werd een duurte toeslag van ƒ 100,00 bedongen, maar de raad verhoogde die naar

ƒ 150,00, immers de boel was nu toch al te duur en overal moest geld bij. Zo kon het natuurlijk niet doorgaan. De vrije zaterdagmiddag was alweer enige tijd van kracht, jarenlang bleef het gemeentepersoneel op te lage lonen staan, van promotie was nauwelijks sprake maar die situatie veranderde in 1919. Natuurlijk bleef de kritiek op die gulle gebaren niet uit, wan al dit kwistig uitgegeven geld aan ambtenaren en werklieden moest, zo stelden de critici opgebracht worden door een grote groep belastingbetalers. Die hadden vaak te lage salarissen en deelden niet mee in de gulle ‘uitgifte’ hand van de gemeente.

Marinus Vermooten

1 Reactie op “FEBRUARI 1919.
  1. Hijneken schreef:

    Alleraardigst artikel met veel wetenswaardigheden. Dankjewel Marinus!