Januari 1919

Omdat het leger gedemobiliseerd werd herstelde de situatie naar hoe het was vóór de oorlog. In Den Helder lag in vredestijd een deel van het 21ste regiment infanterie, het 2e en 3e bataljon plus de mitrailleurscompagnie. Maar in die gedenkwaardige dagen van augustus 1914 werden deze manschappen her en der verspreid. Nu ze in 1919 hun oude plek weer gingen innemen ontstond bij de burgerwacht het idee om hen feestelijk in te halen. Deze mannen hadden ruim 4 jaar langs de grenzen en aan de kusten allerlei ontberingen gehad, maar bleven trouw op hun post om ons land voor een vijandelijke inval te behoeden. Het was dus begrijpelijk dat de burgerij aan hun terugkomst een feestelijk tintje wilde geven. De manschappen werden op dinsdag 14 januari 1919 bij aankomst op het station door de inzet van extra militaire treinen ontvangen op de tonen van het Stafmuziekkorps van de marine. Vanaf hier ging men in optocht door de stad, het muziekkorps voorop richting Erfprins. Daar aangekomen werden de mannen toegesproken en ’s avonds vond ter afsluiting nog een militaire taptoe plaats.
Den Helder beleefde 28 januari 1919 angstige momenten. Om 11.30 uur verlieten bewoners beladen met pakken en dekens hun woningen. Het ging als een lopend vuurtje door de stad dat het kruitmagazijn in de fik stond. Men gaf zich onvoldoende rekenschap van het feit dat een brand in een stenen kruitmagazijn in principe onwaarschijnlijk was, maar het bericht was dermate ernstig om te onderzoeken of het waar was. Zo zag men brandspuiten van de marine op stoombarkassen en motorsloepen richting het kruitmagazijn gaan. Nu was het kruitmagazijn gezeten in een groot vierkant stenen gebouw aan de overzijde van de Binnenhaven met daarachter een tweede magazijn, waarin schietkatoen lag opgeslagen. En juist hier was brand uitgebroken. In de buurt zaten nog meer bergplaatsen van springstoffen dus zou het nabij gelegen mijnenmagazijn ontploffing zijn gebracht, dan was de ramp niet te overzien geweest. Omdat de brand in eerste instantie zich ernstig liet aanzoen, waren de bewoners van de Binnenhaven en omliggende straten gevraagd deze te verlaten. Vandaar dat grote groepen mensen gepakt en gezakt richting duinen vertrokken.  Het beeld leek op een uittocht van vluchtelingen die door oorlog van huis en haard verdreven waren.  Voor hun vertrek had een groot aantal van hen hun woning zorgvuldig afgesloten, de luiken voor de ramen gedaan en gordijnen gesloten. Militairen hadden de bewoners van de ontruimde huizen de zeekant opgestuurd, en zo zag men op een ongewoon uur de wegen naar Huisduinen bezaaid met in paniek geraakte mensen die op lijfbehoud uit waren en ieder moment een ontploffing verwachtte. De brandweer was de brand snel meester, het ontploffingsgevaar geweken ook al duurde het nog geruime tijd voor de mensen weer veilig naar hun huizen konden terugkeren.
Binnenhaven
Tijdens de afwezigheid van de mensen, hadden agenten de lege huizen bewaakt. Mocht er werkelijk iets ergs zijn gebeurd, hetgeen men vreesde, dan zou het een ramp zijn geworden van een dermate grote omvang waar men zich vooraf geen beeld over had kunnen vormen. De onmiddellijk ter plaatse zijnde brandspuiten van wachtschip Hr. Ms. “Emma” hoefden bij aankomst dus niet meer te worden ingezet.. Op bijna 82 jarige leeftijd overleed oud wethouder Leendert Floris Over de Linden (1837-1919). Over de Linden muntte in grote bekwaamheid uit tijdens zijn lange carrière op administratief gebied.  Talrijke artikelen getuigden van zijn  bijzondere vaardigheid met de pen. Naast een uitstekende griffier was hij ook als kalligraaf verdienstelijk.  Toen Koning Willem III op 7 januari 1879 in het huwelijk trad met Emma van Waldeck Pyrmont was een door zeemachtofficieren aangeboden gedachtenisalbum door Over de Linden gekalligrafeerd en de voorpagina door hem met de hand ingetekend.   Over de Linden werd per 31 juli 1883 benoemd tot gemeenteraadslid en in 1895  wethouder als opvolger van W.J. Maalsteed die op 20 april 1895 overleed. Hij was onafgebroken raadslid maar tijdens een periodiek aftreden in 1914 werd hij niet herbenoemd. Zijn zetel moest hij afstaan aan P. de Geus.  Hoewel nog enige tijd raadslid zijnde heeft hij zich geleidelijk aan teruggetrokken van zijn collega raadsleden. Hij heeft hen nooit vergeven dat hij niet als wethouder werd herbenoemd.  Dat was de oorzaak dat hij vaak dwars tegen alle logica inging en tot aan zijn overlijden in de oppositie bleef volhouden.  Van zijn hand verscheen een boek over het veelbesproken ‘Theta Oera Linda’, een artikel dat handelde over  een destijds gevonden handschrift dat veel stof deed opwaaien en vele krantartikelen opleverde. L.F. Over de Linden was Ridder in de Orde van Oranje Nassau.
Coenraad Bot 1882-1961.
Op de Zuidwal strandde op 29 januari 1919 het Terschellingersleepbootje ‘Veritas’ die in dienst van de marine was. De reddingsboot wist de aan boord zijnde schipper, machinist, loods, matroos en korporaalveilig aan de wal te brengen. De bemanning van de reddingsboot bestond uitschipper Coen Bot en de  roeiers J. Riedeman, H. van Dok, J. de Jong, E.van Dok, J. van Dok, J. Kuiper, F. Bijl, W. Bijl, D. Bok en E. Tol.
Reddingboot 1910 met schipper Coen Bot.

Marinus Vermooten
1 Reactie op “Januari 1919
  1. Hijneken schreef:

    Een mooi artikel dat ik met interesse heb gelezen. Bedankt Marinus.