September 1918

Kanaalweg met rechts het politiebureau

Op 4 september 1918 werd in hotel ‘Bellevue’ de jaarlijkse algemene ledenvergadering gehouden van de plaatselijke winkeliersvereniging. Voorzitter Jac. Bakker herdacht het 10 jarige bestaan, zo had dhr. Nijpels van de herenkledingzaak uit de Spoorstraat destijds de aanzet gegeven voor de oprichting. Over het algemeen had men, mede door een toename van leden, geen reden tot klagen ook al was de vrije handel gekortwiekt door de oorlogssituatie in Europa. Door de distributie had het bestuur zich al vele malen tot burgemeester Houwing gewend om verschillende besluiten anders te regelen. Zo werd de winkelverlichting aangekaart, menig winkelier dacht dat zij ten opzichte van horecabedrijven en bioscopen achtergesteld werden bij het gasverbruik. Nauwelijks verwierf men positieve toezeggingen, wel positief te noemen was dat tijdens de vergadering 54 kruideniers zich als lid hadden opgegeven.

Men baarde zich ernstige zorgen over de toegenomen criminaliteit onder de jeugd. Ter bestrijding hiervan werd de vereniging ‘Pro Juventute’ opgericht. In 1918 was de landelijke criminaliteit met 71% gestegen. Tuchtscholen en Rijksopvoedingsgestichten waren overvol en men signaleerde een grote achterstand op dit gebied. Zo kwam 30% van hen die bij het arrondissement Alkmaar terecht kwamen, uit Den Helder. Het was de hoogste tijd om de hand aan de ploeg te slaan. Door de oorlogstoestand hadden veel jongeren geen werk, gedroegen zich daarom vaak bandeloos en dit alles werd als één der oorzaken genoemd. Als tweede oorzaak noemde men de prijsstijgingen van levensbehoeften. Men kwam daardoor in de verleiding om zonder te betalen artikelen mee te nemen en ze daarna voor hoge prijzen door te verkopen aan opkopers.

Het merendeel van de jeugd besteedde haar geld aan bioscoopbezoek, hier werden films bekeken waarin moordenaars en inbrekers aan het werk waren.  Begrijpelijk dat ‘Pro Juventute’ meende dat van hogerhand hier paal en perk aan diende te worden gesteld, zodat avondvoorstellingen niet langer toegankelijk waren voor kinderen onder de 16 jaar. Zo vertelde men dat drie knapen in de leeftijd van 6 en 11 jaar oud, geld gestolen hadden om naar de bioscoop te kunnen gaan, daarna hadden zij de nacht op straat doorgebracht. Maar waar waren de ouders

Dat Den Helder in trek was bij de wat oudere jeugd bleek in september 1918 toen 2 knapen een aanzienlijke buit weghaalden bij de firma Zur Muhlen. De buit bestond uit 9 pakken tabak, manufacturen artikelen, kaarsen, suikerwerken en wasgoed. Via een klein ruitje waren ze binnen gekomen. Ook de Centrale Keuken aan de Dijkweg werd bezocht door inbrekers. Hier was echter geen geld zodat men genoegen nam met wat kisten bouillon. Men kwam in het distributiekantoor binnen met een valse sleutel, waar formulieren en distributiekaarten werden ontvreemd.

Tijdens een zwaar onweer in de nacht van 11 september 1918 werd het huis van P.J. Lafèber aan de Zuidstraat getroffen door een blikseminslag. Enkele stenen in de gevel sloegen kapot en in de slaapkamer raakte alles onderste boven. Het behang scheurde van de muur, de spiegel en het wasstel braken en hoewel het hout geschroeid raakte brak er geen brand uit. De elektrische bel, die al maanden niet meer werkte en waarvoor men geen oorzaak vinden kon, werkte na de blikseminslag beter dan ooit tevoren.

 

 

Marinus Vermooten

 

 

1 Reactie op “September 1918
  1. HZdwg schreef:

    “Door de distributie …”: het zou weleens kunnen zijn dat het woord alleen de bejaarde lezers nog iets zegt.