Augustus 1918

Augustus 1918

AUGUSTUS  1918 

De druk bezochte vergadering op 23 augustus 1918 in café Bijvoet te Julianadorp had als doel, om Koegras te scheiden van Den Helder zodat men als zelfstandige gemeente verder kon.  Dit was ook in 1917 al aan de orde geweest. Toen was het grootste bezwaar, de hoge belastingen die men aan Den Helder moest betalen. De polder Koegras moest in 1917 nog ƒ 17.000,00 belasting waarvan er slechts ƒ 1.000,00 aan Koegras zelf werd besteed. Hoewel men door eerdere acties een verloskundige en politie had gekregen ging de belastingafdracht fors omhoog. Een doorsnee arbeider betaalde in 1916 aan belasting ƒ 28,00 terwijl dit in 1918 al  165,00 bedroeg. Een verhoging die zoals de dorpers zeiden alle perken te buiten ging.  Hierop wendde men zich tot Mr. Verkouteren en dat resulteerde tot een vergadering op de 23ste augustus 1918. Bij acclamatie werd staande de vergadering een bestuur gevormd waarbij A.J. Swaerts tot voorzitter en M. Smit tot secretaris werden gekozen. De overige bestuursleden waren A. Noorden, C. Kant, C. Hoogschagen, P. Nieuwland, J. Blauwboer, P. Pluister en D. Vries.  Al snel kwam het bestuur tot de overtuiging dat het erg ongezond was als een plattelandsdorp als aanhangsel van een stad moest bestaan. Mede omdat stedelingen en dorpers elkaar onvoldoende begrepen. Nu was de polder Koegras weliswaar één geheel maar, één deel behoorde aan Callantsoog en een ander deel aan Den Helder. En Juist die verdeling hield de ontwikkeling tegen. Het algemene gevoel dat bij de bevolking bestond was dat het platteland teveel opgeofferd werd aan de stad en dat de polder Koegras mans genoeg was om op eigen benen te staan. Men diende bij Gedeputeerde Staten een verzoek voor verzelfstandiging in en maakte de wensen kenbaar. men deed uit de doeken hoe men dacht dit te kunnen financieren. Vanzelfsprekend  werden er vanuit de gemeenteraad van Den Helder kritische kanttekeningen gemaakt. Zo vond men het streven naar zelfstandigheid ingaan tegen de geest van die tijd. De raad streefde er naar om juist Koegras te gebruiken voor uitbreiding van de gemeente en waardoor de bevolking van Julianadorp betere voorzieningen zou krijgen.

Nadat in de loop van 1918 de tram naar Huisduinen was verdwenen, haalde men nu ook de rails weg waardoor  de situatie voor Huisduinen als badplaats er niet bepaald beter op werd. Toen het weer in juni en juli 1918 niet bepaald fraai was, was een verblijf in de duinen met een koele noordwester wind geen pretje.  Ook de opgeheven tramlijn naar Huisduinen had een negatieve invloed op het aantal bezoekers. Want juist met mooi weer zat het terras bij het badhuis vol met mensen die genoten van de ondergaande zon en ondertussen vermaakt werden met de klanken van een strijkje. Maar nu menigeen te voet naar Huisduinen moest was dit zeker voor moeders met kinderen een brug te ver. Ouders hadden soms op vernuftige wijze op hun fiets een zitje gemaakt, hoewel het verboden was om op één fiets meer personen te vervoeren.

Bij tijd en wijle trof men op het strand aangespoelde mijnen aan die op het strand van Julianadorp door militairen dan tot ontploffing werden gebracht. Uit voorzorg nam men voldoende afstand. Toch bevond zich in augustus 1918 een wandelaar op het strand die onwetend was van het gevaar. Met waarschuwingsschoten werd hem duidelijk gemaakt dat er gevaar dreigde en meteen nam hierop de wandelaar de benen. Dat was helaas niet op tijd want al na enkele seconden volgde de ontploffing en werd de man tegen de grond geslagen. Allerlei brokstukken vlogen om zijn oren, wonder boven wonder bleef de wandelaar ongedeerd.

Op 20 augustus 1918 werd aan de Polderweg iemand op heterdaad betrapt bij het stelen van een schaap, nadat hij het dier eerst gewurgd had.  Hij probeerde te vluchten maar werd met revolverschoten tot stilstand gebracht, aangehouden en ingesloten. De schoten zorgde wel voor grote consternatie op de anders zo rustige Polderweg.

 

Vice-admiraal Willem Naudin ten Cate.
Vice-admiraal Willem Naudin ten Cate (1860-1942) vierde zijn 40 jarige dienstjubileum als officier bij de marine. Als zeeofficier was hij bevelhebber geweest op diverse schepen, bevelhebber van het eskader in de Indische wateren en commandant van de Stelling Den Helder. Begin oktober 1913 kreeg ten Cate het commando over de Stelling van Den Helder, in augustus 1914 bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, werd hij bevorderd tot vice-admiraal.  Zijn streven was om de verouderdefortengordel rondom Den Helder te verbeteren, hij liet de vliegkampen ‘De Mok’ en ‘De Kooy’ aanleggen maar versterkte ook de Waddeneilanden. Zijn zorg voor het marinepersoneel bleek onder meer uit het aanstellen van vlootaalmoezeniers en vlootpredikanten. Misschien dat zijn streven ertoe bijgedragen heeft dat op 21 juni 1918 het verbond van de Bond van Minder Marinepersoneel werd opgeheven omdat zij een nauwe samenwerking had met de Sociaal Democratische Arbeiderspartij. De potentieel revolutionaire beweging ging hierna verder als een moderne vakbeweging die zich meer en meer toelegde op het verwerven van sociale hervormingen binnen de marine. Vice-admiraal Naudin ten Cate werd in september 1918 door formateur Ch. J.M. Ruijs de Beerenbrouck voorgedragen als minister van marine.  Omdat hij zich bewust was geen politieke ervaring te hebben duurde het erg lang voor hij de functie aanvaarde, maar vanaf 18 september 1918 was hij de minister van marine. Al snel na zijn benoeming kreeg hij te maken met de gevolgen van de Russische en Duitse revolutie. Hij raakte met zijn opvolger stellingcommandant J. Albarda in conflict over de handhaving van de rust onder het marinepersoneel. Hem werd onzeker gedrag verweten en een totaal verkeerd oordeel over de politieke gezindheid onder marinepersoneel. In eerste instantie was Albarda gaan onderhandelen met de bonden maar nam hierna snel maatregelen tot ontwapening van het personeel en dat schokte ieders vertrouwen. Bij Koninklijk Besluit werd Albarda per 29 november 1918 als stellingcommandant door Naudin ten Cate eervol ontslagen en per 3 december 1918 van zijn functie ontheven.

 

Marinus Vermooten