543 – Dijkgezicht

Er was eens een tijd, het is al vele jaren geleden dat in onze marinestad het verschil in rang en stand door een groot deel van de bevolking heel serieus werd genomen. Vooruitgang in de maatschappij deed nog al eens relaties bekoelen. Aan dit verschijnsel denken we nog wel eens terug bij het bekijken van historische plaatjes als hier afgebeeld. Opvallend is dan dat het dijklichaam gesierd wordt door twee onderkomens van zwemverenigingen. Of er hier ook sprake is van het verschil dat er nu eenmaal moet zijn, is vandaag de dag niet belangrijk meer. Vasstaat wel dat er van de vroege lente af, tot diep in het naseizoen volop werd genoten door vele zwemlustigen.  Het treffende van dit stadsgezicht is dat ons ook nog een blik wordt gegund op het torentje van het vroegere stadhuis op de Kerkgracht en op een deel van de “ouwe Helder” waarbij de Westerkerk toch wel een dominante plaats inneemt. Zelfs het torentje van het voormalige stadhuis aan het Dijkje vinden we rechts op de achtergrond terug. De dijk is voor velen van ons “de dijk” gebleven, ook al moest hij – vanwege het nog al eens wassende water – versterkt en verhoogd worden. Herinneringen komen boven aan het zoeken van “aliekruken” en ’t tukken van krabben tussen de stenen; aan spelletjes met de golven op de hoofden en aan het verlangen om te ontdekken wat er achter de verre horizon toch wel verborgen zou liggen. De dijk is voor veel Nieuwediepers een onmisbaar terrein. Soms gewoon om een frisse neus te halen, of om te kijken of er nog schepen op het Marsdiep varen, en dan is er nog altijd de aantrekkingskracht om naar de dijk te gaan als het zwaar stormt!

7 Comments on “543 – Dijkgezicht

  1. Naast rangen en standen verdeelde ook religie de samenleving.
    Sportverenigingen waren “Christelijk”, “R.K.” of “Algemeen”.
    Misschien een verklaring van die twee gebouwtjes?

  2. Van mijn vader , weet ik dat èèn van de zwemverenigingen , genaamd de Frisse Morgen was. Verder uit mijn eigen jeugd herinnering, heb ik het zwembad op de foto na de bocht meegemaakt . Dit zwembad, werd beheerd door Gillis Kwinkelenberg. Het bad , niet meer dan de ruimte tussen twee pieren , die aan de pier hoofden waren afgezet met een drijvende kurkenlijn ( tot hier en niet verder ) In het midden van het “bad” lag een houten vlot met daarop een duikplank. Ook zie ik nog op de foto , de houten palen rij op de pieren, zijnde golfbrekers. Aan deze paaltjes , heb ik nog een zeer pijnlijke herinnering. In onze jeugdige dapperheid, klommen wij op en liepen wij over de koppen van die paaltjes. Niet beseffende , dat die palen spekglad waren van de alg aangroei. En ja hoor Fred kletterde eraf, met zijn knietjes op de met zeepokken overdekte stenen. Dokter Hofmans, heeft er nog heel wat werk en jodium voor nodige gehad om mij knietjes weer toonbaar te maken. En ja krabben tukken dezen wij ook , met een touwtje , met daaraan een opengemaakte mossel als aas, altijd tuk.

  3. Die rangen en standen was inderdaad wel een ding. Zoals Hans hierboven al beschrijft had je de verschillende religies en daarbij had onze stad ook nog eens te maken met “burgervolk” en “marinevolk”. Complete woonwijken waarin de onderverdeling woonhuizen en officierswijken normaal was.
    En aliekruken, het is toch vreemd dat zoiets van het een op andere moment volledig verdwijnt?

    • Het bleef niet bij afstanden tussen groeperingen, want binnen die groeperingen, bijvoorbeeld onder de onderofficieren en onder de wervianen, waren er ook weer verschillen in rang of stand. En die werden soms nog hard uitgespeeld ook, niet alleen door de mannen, maar ook en misschien nog wel meer door de vrouwen onder elkaar, “mijn man is hoger dan jouw man”.
      Niet typisch iets van Den Helder of van de marine, trouwens. Van soortgelijke toestanden heb ik gehoord bij de KLM, bij Philips en bij Shell.

  4. Naast het krabbentukken en het zoeken naar aliekruken deden wij nog een ander spelletje het zogenaamde “pleieren”. Tussen de basaltblokken zocht je naar afgesleten platte stenen en als de zee kalm en glad gestreken was dan “pleierde” de steen over het water en wie de meeste stuiters telde was de winnaar. Mij staat bij dat er in een grijs verleden zelfs een clubje bestond die zich met “sport” bezig hield een daarvan was volgens mij Gerard Hoekmeijer.