538 – St. Lidwina ziekenhuis met watertoren

Vorige week in aflevering 537 van de rubriek Afgestoft hadden we het over de voormalige gasfabriek van Den Helder, en in dat artikel schreef ik dat het bijna niet meer is voor te stellen dat de gasfabriek er voor zorgde dat Helderse huishoudens konden koken en dat de straatverlichting kon branden! En om bij dat laatste te blijven de straatverlichting, heb ik voor vandaag eens gekozen voor een niet alledaagse ansichtkaart van onze stad, maar wel een waar iets hoogst merkwaardigs op te zien is namelijk een gemeenteambtenaar die druk doende is  om een gaslantaarn te controleren en mogelijke gebreken op te heffen. Kennelijk is de foto wel gemaakt op een zeer rustige dag want er is letterlijk en figuurlijk bijna geen kop op straat te vinden. En toch biedt deze afbeelding ons een blik op een stukje stadshistorie wat al weer heel ver achter ons ligt. Kijk alleen maar eens naar het spoorwegemplacement wat nog net goed zichtbaar is achter de watertoren. Volgend jaar mei is het zestig jaar geleden dat ons oude station en haar omgeving werden afgebroken. En toch is er iets overgebleven op deze ansichtkaart waar we heden ten dage nog steeds van kunnen genieten dan heb ik het natuurlijk in de eerste plaats over onze gerestaureerde watertoren die qua vorm en uitstraling veel gelijkenis vertoond met de toren op deze ansichtkaart. En ja, je kunt er denk ik niet om heen maar ik ben toch altijd nog blij dat onze stadsvernieuwers kans hebben gezien om het voormalige St. Lidwina ziekenhuis te behouden voor Den Helder, zij het met een iets andere bestemming dan waar het voor opgericht is. En voor mij is en blijft het mijn geboorte plek!

 

 

13 Comments on “538 – St. Lidwina ziekenhuis met watertoren

  1. Heerlijk weer op de zondag wakker worden met een leuke plaat uit een grijs verleden waar menigeen zich niets meer kan voorstellen bij de gaslantaarns in deze snelle tijd van internet en gehaaste mensen die nauwelijks nog oog hebben voor de schoonheid die de omgeving ons te bieden heeft

  2. Waarom staat onder de foto “R.K.School” en niet “Ziekenhuis”?

  3. Waarschijnlijk heeft de maker van deze foto gedacht dat het hele complex R.K school was en kwam de maker zelf niet uit Den Helder.
    Wellicht kan Cees deze vraag oplossen om te kijken wie de maker was.
    Wat een rust geeft dit plaatje!

  4. Het zou ook kunnen dat de lantaarn gewoon zijn periodieke schoonmaakbeurt kreeg. De glazen mantel werd dan van binnen gelapt. Ook werd meteen het klokje waarmee de lantaarn werd in- en uitgeschakeld weer opgewonden.

  5. Wat ik mij nog voor de geest kan halen wat het onderhoud aan de gaslantaarns betreft is het vernieuwen van de gaskousjes. Deze zaten is een klein vierkant (blauwig) doosje. Direct onder de glazen kap zaten twee dwars profielen aan de paal waartegen je een ladder neer kon zetten. Ik ga ervan uit dat de lantaarns werden ontstoken door opstekers. Waarschijnlijk kan Hans Zuidweg hier een duidelijk antwoord op geven.

    • Ik vermoed dat ik daar nog te jong voor ben en dat de lantaarns, toen ik geboren werd (1933) al vanzelf aan- en uitgingen. Ik weet zelfs niet of er in Den Helder ooit opstekers van gaslantaarns zijn geweest, het zou kunnen dat toen Den Helder straatverlichting met gas kreeg lantaarnopstekers al niet meer nodig waren.

        • “He made the niiiiiight a little brighter, wherever he would go: the old lamplighter of long, long ago”.
          Prachtig lied van rond 1946, op internet in verschillende uitvoeringen te horen en te zien, “The Old Lamplighter”.

  6. Ook nog gasverlichting meegemaakt,maar dan wel in de kamer en keuken bij mijn opa en oma.Het waren inderdaad gaskousjes welke vrij regelmatig vervangen moesten worden. Dan moest ik naar de kruidenier (die had je toen nog) om gaskousjes te halen.
    In mijn herinnering werden die lampen aangestoken met een vrij lange lucifer.
    Het licht was vrij fel,net zoals nu een t.l ongeveer. En om de zoveel tijd moest er ook weer geld in de gasmeter worden gegooid.
    Koken deed mijn oma op peterolie toestellen.
    Ik praat over de jaren 50

    • Inderdaad werd er in de jaren 50 nog wel gekookt op een “oliestelletje”, met als brandstof petroleum, vaak uitgesproken petrolé-um. Werd bewaard in een oliekan. De oliekan werd op gezette tijden bijgevuld door de “olieman” ook wel aangeduid als “olieboer”, die langs de deur kwam. Toen nog een beroep. Oliemannen roken sterk naar het product dat ze verkochten.
      Zo´n oliestelletje moest je in de gaten houden, want het kon gaan walmen. Dat wil zeggen dat de petroleum onvolledig werd verbrand. Roet, de onverbrande rest bestaande uit fijne koolstof, werd dan in wolken door de keuken verspreid en veroorzaakte enorme vervuiling.
      Zo´n ramp hing ondermeer vrouwen boven het hoofd die een winkeltje hadden en die naast huisvrouw ook verkoopster waren.

    • Dat geldt niet voor die man op die ladder, in een halsbrekende acrobatische situatie. Ik denk niet dat het op die manier nu nog zou mogen.